De LER: samen bouwen aan de best mogelijke wijk

Of het nu gaat om inbreiding, grootschalige nieuwbouw of renovatie: gemeenten weten dat je het beste resultaat bereikt door de bewoners bij de besluitvorming te betrekken. Met onze applicatie Leefbaarheidseffectrapportage (LER) maken wij de gevolgen van allerlei keuzes voor alle betrokkenen zichtbaar.


Praktische software

De LER zou je kunnen zien als een publieksversie van onze meer specialistische tools voor gebiedsontwikkeling. De applicatie ontstond toen bewoners van het Haagse Bezuidenhout, die zich zorgen maakten over de geplande uitbreiding van hun wijk met vijfduizend woningen, ons benaderden met een verzoek om praktische software. Ze wilden zelf kunnen zien wat de effecten van de plannen van de gemeente waren. Inmiddels wordt de LER op verschillende plekken toegepast; de ene keer op initiatief van een gemeente, de andere keer vanuit een bewoners- of wijkorganisatie die de gemeente graag een duwtje in de juiste richting geeft.

Schermvoorbeeld LER – voorzieningenscan

De LER is in principe toegankelijk voor iedereen, eenvoudig te bedienen en inzichtelijk in zijn conclusies. Alle mogelijke data kun je invoeren en daarmee ga je dan op een speelse manier aan de slag. Met een veeg over het scherm of een paar muisklikken teken je een huisartsenpost of een speeltuin, of je voegt meer bomen toe. Al combinerend, prioriterend en uitproberend kom je samen tot het best mogelijke resultaat. Bijna alsof het een game is.


De Omgevingswet

Volkskrantartikel over de LER
Volkskrant artikel over de LER in Bezuidenhout

De invoering van de nieuwe Omgevingswet in 2021 betekent dat gemeenten bewoners niet alleen eerder moeten betrekken bij bouwplannen, maar hen ook voorzien van alle relevante (digitale) informatie om zich hierover een oordeel te kunnen vormen Onze applicatie is daarbij een belangrijk instrument, juist omdat de consequenties van iedere beleidskeuze in real time zichtbaar zijn. Niet alles kan en dus moeten álle betrokkenen keuzes maken; keuzes waar ze zich vervolgens ook verantwoordelijk voor voelen. Voor de gemeente betekent dat draagvlak. En voor de bewoners een leefplek om naar uit te kijken.

Toveren met data

Van data een haalbaar plan maken voor gebiedsontwikkeling: dat is wat onze 3D-Cityplanner doet. Maar vorig jaar was ik even stil toen ik zag hoe vernuftig en op welke schaal deze software in Zuid-Korea was ingezet. Een architecten- en onderzoeksbureau voor ruimtelijke ordening in Seoul had onze 3D-Cityplanner gebruikt voor het intekenen van een miljoen vierkante meters aan plangebied: wegen, groenvoorzieningen, woningen, hotels, kantoren, parkeergarages… Alles in verhouding en harmonisch op zijn plek. Met name de kleurige overall-view was indrukwekkend. Je zag de toekomstige stad, in 3D, voor je. 


Ingetekend project in Seoul

Boeiend vond ik ook het gemak waarmee onze software was gebruikt. Meestal geven wij een of meer trainingen om de gebruikers vertrouwd te maken met alle spannende mogelijkheden ervan. Maar onze Koreaanse partners hadden dit niet nodig: ze gingen zelf aan de slag, soms op manieren waar wij als makers nog niet eens aan gedacht hadden. De enige werkelijke aanpassing die ze nodig hadden, was een eigen Koreaanse tekenset. Maar ook die was zo geïnstalleerd.   


Overzicht van gehele project

Meestal wordt onze software gebruikt voor Nederlandse bouwprojecten van een wat bescheidener omvang: een woonblok, een straat, een nieuwe wijk van bijvoorbeeld duizend woningen. Het principe is natuurlijk hetzelfde als in Seoul: alle relevante data – van bestaande bouw tot bodemgebruik en van onderwijsbehoeften tot milieurisico’s – worden in de planner berekend en inzichtelijk gemaakt, waarna rekenaars, tekenaars en beleidsmakers er samen mee aan de slag gaan tot er een werkbaar, haalbaar en onderbouwd gebiedsplan ligt. Dat gaat zó goed, dat het voor mij wel eens normaal lijkt te worden. Maar toen ik zag wat ze in Seoul met onze software hadden bereikt, wist ik weer wat ik wel eens vergeet: hoe je met harde data en de nodige inspanning een toekomst kunt toveren.

Gebruik (open)data bij gebiedsontwikkeling

Tegenslagen en obstakels: ze horen bij de bouw als bij het leven. Maar hoe eerder je ze in beeld hebt, hoe gemakkelijker je ze kunt oplossen. Dat scheelt niet alleen geld, maar ook frustratie. Ik herinner me een bouwproject waar al anderhalf jaar aan tekenwerk en planning in zat, toen wij met onze Gebiedsontwikkelaar software langs mochten komen. Wij deden waar we voor gevraagd waren:  uit allerlei open(data) bronnen – van bestemmingsplannen tot DINO – voerden we data in ons systeem in om het plangebied zo volledig mogelijk in kaart te brengen. De bedoeling was om met deze 3D-visualisatie als uitgangspunt alle mogelijke scenario’s door te rekenen, om tot een optimale uitvoering van het oorspronkelijke plan te komen. Maar zover kwam het niet. Tijdens het invoegen van de diverse informatielagen verscheen een 380 kV hoogspanningskabel in beeld, die dwars door het gebied bleek te lopen. Dag plan.


De 3D-Cityplanner laat (open) data zien en analyseert nieuwbouw projecten

Nu is dit een extreem voorbeeld. Maar op alle niveaus van een bouwproject geldt: ieder risico dat je kunt uitsluiten, iedere mogelijkheid die je kunt afwegen, ieder obstakel dat je kunt wegnemen of ontwijken, is – letterlijk! – winst. Tijd is geld. Op tijd is nog meer geld.

Met de 3D-Cityplanner brengen wij, samen met de klant, graag alle kansen en mogelijkheden voor een bouwproject inzichtelijk en overzichtelijk in kaart. Daar hoort ook bij dat we alle mogelijke tegenslagen en obstakels incalculeren. En bij voorkeur niet pas na anderhalf jaar.